DBA geeft vooralsnog weinig zekerheid

In het kader van de Wet Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) heeft de Belastingdienst voorbeeldovereenkomsten gepubliceerd, maar daar is nogal wat op aan te merken. De zekerheid die deze overeenkomsten zouden geven bleek beperkt tot fiscale aspecten.

Onwettige bepalingen

Er werd al snel vastgesteld dat in een aantal van de door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomsten het risico van eventuele boeten en naheffingen tóch uitsluitend bij de opdrachtnemer werd gelegd. Wiebes moest dan ook begin februari 2016 uitleggen waarom er modelovereenkomsten waren goedgekeurd met ‘onwettige bepalingen’ (mondeling vragenuur van 9 februari 2016).

Beperkte beoordeling

De staatssecretaris stak zijn gebruikelijke verhaal af over de grote verbetering die het werken van modelovereenkomsten gaat opleveren, maar moest toegeven dat hij te makkelijk had toegezegd dat goedgekeurde overeenkomsten zouden worden gepubliceerd. De opmerking van Wiebes dat hij in zijn toezegging had aangegeven dat er alleen op de fiscale aspecten zou worden gelet, wordt terecht afgeschoten door de Kamer. Als je een voorbeeldovereenkomst goedkeurt en publiceert, verwacht toch niemand dat er slechts een beperkte beoordeling heeft plaatsgevonden?

Pas echte zekerheid eind 2016

De fouten zouden nu gecorrigeerd moeten zijn (Wiebes noemde op 9 februari 2016 een termijn van twee weken) maar dit zijn blijkbaar alleen de ‘bekende’ en duidelijke fouten. Wiebes geeft namelijk aan dat pas in het vierde kwartaal van 2016 een uitgebreide juridische toetsing zal plaatsvinden. Dat is inderdaad, zoals hij aangeeft, nog voordat de feitelijke handhaving begint, maar de vraag is dan hoe zzp’ers tot die tijd moeten gaan werken. Vanaf 1 mei 2016 bestaat de VAR niet meer en moet met overeenkomsten worden gewerkt (dit kunnen eigen overeenkomsten zijn of de goedgekeurde overeenkomsten). Als er enige twijfel bestaat over de overeenkomsten ‘van de Belastingdienst’ zullen zzp’ers het zekere voor het onzekere nemen en die voorlopig niet gebruiken. Het hele idee van de voorbeeldovereenkomsten – niet zelf puzzelen, lastenverlichting, en dergelijke – gaat dan op de schop. En hoe gaat het met de zzp’er die nu gebruikmaakt van de ‘foute’ overeenkomsten? Worden die met terugwerkende kracht vervangen?

Genoeg vragen. In de woorden van Wiebes: ‘…we zijn nog te onduidelijk over de nieuwe duidelijkheid…’.

Petitie

Op 18 februari 2016 is een petitie gestart om de voorwaarden die aan een overeenkomst worden gesteld aanzienlijk te vereenvoudigen. Verder zouden alle zzp’ers persoonlijk moeten worden geïnformeerd over de nieuwe wetgeving en de consequenties hiervan en wordt staatssecretaris Wiebes verzocht ervoor te zorgen dat er voor alle branches waarin zzp’ers actief zijn een voorbeeldovereenkomst beschikbaar is. De petitie werd binnen een paar dagen al bij 25.000 keer ondertekend.


Wet DBA: de belangrijkste vragen en antwoorden op een rij

Op 2 februari 2016 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Met deze wet verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016. Er bestaat behoefte aan toelichting over deze nieuwe wet. De Belastingdienst zet de belangrijkste vragen en antwoorden voor u op een rij.

Op 2 februari 2016 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Met deze wet verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016. Er bestaat behoefte aan toelichting over deze nieuwe wet. We zetten de belangrijkste vragen en antwoorden hieronder op een rij.

Krijgt de zzp’er in het nieuwe systeem minder duidelijkheid en zekerheid?
Eerder omgekeerd. Veel zzp’ers dachten dat de VAR een soort werkvergunning was, maar in werkelijkheid gaf de VAR alleen aan de opdrachtgever zekerheid. De VAR hield de zzp’er in het ongewisse of hij/zij wel echt buiten dienstverband werkte. De enige zekerheid voor de zzp’er was dat hij géén recht had op sociale zekerheid. Het nieuwe systeem biedt aan zowel opdrachtgever als zzp’er helderheid en zekerheid, mits ze volgens een modelovereenkomst werken. Dat is voor de zzp’er juist een verbetering.

Neemt de administratieve rompslomp voor zzp’ers toe?
Dit spookverhaal duikt steeds op. Het werken met modelovereenkomsten is juist eenvoudiger dan het werken met de VAR.

Een VAR moest elk jaar opnieuw worden aangevraagd en bij elke opdracht opnieuw worden opgestuurd. Veranderde het werk of de voorwaarden waaronder gewerkt werd dan moest er een nieuwe VAR worden aangevraagd. Wanneer gewerkt wordt met een modelovereenkomst is dit niet meer nodig. Met een modelovereenkomst kan de zzp’er direct aan de slag. De overeenkomst hoeft niet eerst aan de Belastingdienst voorgelegd te worden. De overeenkomst hoeft zelfs niet ondertekend te worden. Zolang de opdrachtgever en zzp’er maar met elkaar afspreken, bijvoorbeeld per e-mail of in de opdrachtbevestiging, volgens welke modelovereenkomst er gewerkt wordt.

Wordt het nu voor veel opdrachtnemers moeilijker om als zzp’er te werken?
Nee. De grens tussen ondernemerschap en dienstverband verandert niet. Alles wat nu mag, mag straks ook. Alles wat straks niet kan, kan nu ook al niet. Het wordt met de modelovereenkomsten wel veel duidelijker wat wel en niet kan.

Is het veiliger om tussenpersonen in te schakelen?
Nee, de modelovereenkomsten geven aan opdrachtgevers en opdrachtnemers direct duidelijkheid. Werken via een tussenpersoon geeft niet meer zekerheid. Bovendien, ook een tussenpersoon moet zich aan de wet houden en wordt door de Belastingdienst gecontroleerd.

Moet ik voor elke klus en voor allerlei verschillende klussen opnieuw een overeenkomst opstellen?
Nee. De modelovereenkomsten staan op Belastingdienst.nl. De algemene modelovereenkomsten zijn geschikt voor alle type opdrachten, ongeacht de branche of het beroep. Als u afspreekt volgens een bepaalde modelovereenkomst te werken, heeft u zekerheid. Welke overeenkomst u neemt, kiezen opdrachtgever en opdrachtnemer zelf.

Zet de DBA de positie en sociale zekerheid van zzp’ers onder druk?
Integendeel. De positie van zzp’ers wordt versterkt omdat ook zij bij de DBA zekerheid vooraf hebben. Daarnaast kan de zzp’er, als achteraf blijkt dat er toch sprake was van een dienstverband (schijnzelfstandigheid), met de DBA wél aanspraak maken op werknemersverzekeringen als bijvoorbeeld een WW uitkering. Onder de VAR wist de zzp’er zeker dat hij géén recht had op sociale zekerheid.

Daarnaast ligt aansprakelijkheid met de DBA juist niet meer alleen bij de zzp’er, maar zijn beide partijen verantwoordelijk voor de eigen afdrachten. Onder VAR was alleen de zzp’er aansprakelijk.

Legaliseert de DBA schijnzelfstandigheid?
Met de VAR kan de Belastingdienst niet handhaven op schijnzelfstandigheid. Als het bestaat, kan het niet worden aangepakt. In het nieuwe systeem kan de Belastingdienst wel handhaven. Dan wordt schijnzelfstandigheid niet gelegaliseerd, maar juist aangepakt.

Wat moet een zzp’er nu concreet doen?
Als overduidelijk is dat ze ondernemer zijn helemaal niets. Het werken met modelovereenkomsten is niet verplicht en is alleen bedoeld voor situaties waarin er twijfel bestaat over de aard van de arbeidsrelatie. Zekerheid vooraf? Ga naar een modelovereenkomst op Belastingdienst.nl.


Zelfstandig ondernemerschap blijft populair

Zelfstandig ondernemerschap blijft populair in Nederland. Vorig jaar waagden ruim 129.000 starters de sprong, 2% meer dan in 2014. Het economisch bureau van ING voorspelt een stabilisatie van het aantal mensen dat een bedrijf begint. De overgrote meerderheid is zzp’er.

Ontslagen werknemers
De stijging die vorig jaar werd gemeten is volgens de bank zowel door een aantrekkende economie, waardoor starters kansen zien in de markt, als door een hoge werkloosheid. Volgens de ING komt dat doordat het nog altijd moeilijk is om een nieuwe baan te vinden waardoor ontslagen werknemers eerder voor het zzp-schap kiezen.

Meer zzp’ers
Sinds 2008 kiezen jaarlijks meer dan 100.000 mensen voor het zelfstandig ondernemerschap. Dat komt onder meer door verbeterde toegang tot nieuwe technologieën en een grotere behoefte aan flexibiliteit en vrijheid. Vorig jaar nam het aantal zzp’ers in zowel de bouw als de industrie met 7% toe.


Drie miljoen mensen activeren Berichtenbox

Afgelopen weekend heeft de drie miljoenste gebruiker zijn Berichtenbox geactiveerd op MijnOverheid. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de start van de campagne ‘Vaarwel blauwe envelop’ in november vorig jaar. Deze week start het tweede deel van de campagne, dit sluit aan bij de verzending van de aangiftebrief over 2015.

Aangifte IB zowel digitaal als per post
Komende weken ontvangt iedereen die belastingaangifte inkomstenbelasting over 2015 moet doen zijn aangiftebrief zowel via de reguliere post als in de Berichtenbox. De meeste mensen ontvangen bij de brief ook een folder met uitleg over het activeren van hun MijnOverheid-account met Berichtenbox. Hierdoor zullen ook de komende tijd steeds meer mensen hun account activeren en ervaren wat de Berichtenbox hen biedt.

Modernisering
Met de campagne ‘Vaarwel blauwe envelop’ zet de Belastingdienst verdere stappen in het moderniseren van de interactie met burgers. De Belastingdienst gaat geleidelijk aan alle post digitaal verzenden. Voordat een berichtenstroom volledig digitaal gaat, geldt in principe een periode van twee jaar waarin berichten zowel digitaal als per post worden verstuurd. De verwachting is dat het nog vijf tot zeven jaar duurt voor de blauwe envelop helemaal verdwenen is. In die periode blijft de Belastingdienst het overgangsproces van papier naar digitaal continu monitoren. Nieuwe stappen in de digitalisering worden gezet op basis van de ervaringen.

Samenwerking en ondersteuning
Om de modernisering van de interactie voor iedereen zo goed mogelijk te laten verlopen, werkt de Belastingdienst samen met vele maatschappelijke organisaties en dienstverleners. Zo krijgt de Belastingdienst steeds beter in beeld welke groepen extra aandacht behoeven, wat daarvoor nodig is en hoe daar invulling aan gegeven wordt, samen met andere partijen.


Een op vijf zzp’ers verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid

Van de 800.000 zzp’ers heeft ruim een vijfde een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit aandeel is gedaald van 23,4% in 2011 tot 21,9% in 2013. Hoe hoger het inkomen, hoe vaker er premie wordt betaald.

Vaker premie bij hoger inkomen
Zzp’ers betalen het vaakst arbeidsongeschiktheidspremie in de sectoren bouwnijverheid, ‘landbouw, bosbouw en visserij’ en financiële dienstverlening. In de sectoren ‘cultuur, recreatie en overige diensten’, ‘handel, vervoer en horeca’ en ‘verhuur van en handel in onroerend goed’ betalen relatief de minste zzp’ers deze premie. Daarnaast blijkt hoe hoger het inkomen uit het ondernemerschap, hoe vaker er premie betaald wordt voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) en lijfrente.

Zelfstandigen met personeel beter verzekerd
Zelfstandigen met personeel (zmp’ers) verzekeren zich vaker tegen arbeidsongeschiktheid dan zzp’ers: in 2013 was bijna 35% van de zmp’ers verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, ruim boven het aandeel verzekerde zzp’ers van bijna 22%. Verzekerde zzp’ers droegen 7,0% van hun bruto ondernemersinkomen af aan aov-premie en verzekerde zmp’ers 7,3%. Bij werknemers is dit 8,1% van het brutoloon.

Inkomensdruk betaalde lijfrentepremies relatief laag
In de periode 2011-2013 nam het aandeel zelfstandigen dat lijfrentepremie betaalt als pensioenvoorziening af. In 2013 betaalde bijna 12% van de zzp’ers lijfrentepremie. Met bijna 19% ligt het aandeel bij zelfstandigen met personeel hoger. Bij de premiebetalers was het beslag op het ondernemersinkomen respectievelijk 4,2 en 3,9%. Bij werknemers was het aandeel van de pensioenpremie in het bruto-inkomen 12,4%.

Pensioenvoorziening vooral in vermogen
Zelfstandigen betalen minder premie voor hun pensioenverzekering dan werknemers en doen dat ook minder vaak. Hier staat echter tegenover dat zelfstandigen via lijfrenten eenmalig grote bedragen kunnen inleggen op het moment dat de eigen onderneming wordt verkocht. Een belangrijk deel van hun pensioenvoorziening zit dus verborgen in het vermogen. Zo is begin 2014 het doorsnee vermogen van een zzp’er € 97.000. Voor zmp’ers ligt dit met € 172.000 een stuk hoger. Werknemers hebben beduidend minder vermogen: in doorsnee € 19.000.