‘Belastingaangifte moet naar 1 mei’

De deadline voor het doen van belastingaangifte moet naar 1 mei. De oude datum van 1 april is niet langer haalbaar voor de fiscus, zegt directeur-generaal Hans Leijtens van de Belastingdienst in het AD. Net als vorig jaar werd de termijn dit jaar verlengd naar 1 mei, maar niet definitief.

VIA is vanaf 1 maart beschikbaar

De meeste Nederlanders doen namelijk pas in maart aangifte omdat de Belastingdienst dan de meeste gegevens al heeft ingevuld. ‘Pas eind januari zijn alle gegevens van belastingplichtigen bij ons binnen. De vooraf ingevulde aangifte (VIA) is vanaf 1 maart beschikbaar. Een maand voor 9 miljoen aangiftes is simpelweg te kort’, zegt Leijtens tegen het AD.

Verlenging

In 2015 werd de aangiftetermijn vanwege computerproblemen die zich een jaar eerder voordeden al met een maand verlengd. Ook dit jaar hebben mensen tot eind april om aangifte te doen. Maar, dit termijn is niet definitief, wat de directeur-generaal wel zou willen.

Van aangiftetermijn af

De droom van Leijtens is zelfs dat we van de hele aangiftetermijn af kunnen. Volgens hem zou het het mooiste zijn als de belastingen constant geïnd en verrekend kunnen worden, zonder een aanslag achteraf. ‘En dat iedereen een soort online portemonnee heeft en kan kiezen wat hij of zij vooruit wil betalen. Dat zal echter nog even duren.’


Berekening loonheffing wijzigt per 1 april

Vanaf 1 april verandert de berekening van de loonheffing. Dit betekent dat de werknemer per maand tussen de € 3 en € 10 netto minder overhoudt dan nu. Hoe hoger het inkomen, hoe meer belasting er geheven wordt op het inkomen. De tarieven in box 2 en box 3 veranderen niet.

Wijziging

Vanaf 1 januari 2016 zijn de belastingtarieven gewijzigd. De tarieven werden pas in december 2015 bekend. Daardoor kon de Belastingdienst de programma’s waarmee ze de loonheffing berekenen, niet op tijd aanpassen. Ook in de salarissystemen van werkgevers en uitkeringsinstanties konden de nieuwe tarieven niet op tijd worden verwerkt.

Verrekend

In januari, februari en maart konden zij dus niet het juiste bedrag aan loonheffing inhouden. Vanaf 1 april gebruiken werkgevers en uitkeringsinstanties de juiste tarieven. Ook het bedrag dat eerder te weinig is ingehouden, wordt dan verrekend.

Ambtenaren verliezen het meest

Salarisdienstverlener ADP berekende dat de ambtenaren er het meest op achteruit gaan doordat de overheidssector ook meer pensioenpremie gaan betalen. Een ambtenaar met een inkomen van anderhalf keer modaal gaat er netto € 11 per maand op achteruit; twee keer modaal ziet maandelijks € 17 minder op de salarisstrook terug.

Gepensioneerde ook achteruit

De belastingverhoging beperkt zich niet tot werkenden, zo waarschuwde ADP. Gepensioneerden met een aanvullend pensioen van € 1700 gaan enkele dubbeltjes per maand meer betalen. ‘Omdat veel gepensioneerden vaak meerdere kleinere pensioenen ontvangen, lijkt het alsof de belastingverhoging hen niet raakt. Maar over het totaal van hun aanvullende pensioenen en AOW-uitkering kan de tariefstijging van 22,3% naar 22,5% betekenen dat gepensioneerden volgend jaar iets meer moeten bijbetalen dan gedacht’, aldus het ADP.


Wiebes: Belastingtelefoon geeft geen casusspecifiek advies

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft de Kamervragen beantwoord over het onderzoek van de Consumentenbond waaruit bleek dat de Belastingtelefoon wederom een onvoldoende scoorde. Wiebes kan zich niet vinden in het oordeel van de Consumentenbond. ‘Bedacht moet worden dat de Belastingtelefoon informatie geeft en geen casusspecifiek advies.’

 

Kamervragen

Van Weyenberg (D66) stelde naar aanleiding van het onderzoek van de Consumentenbond, waaruit bleek dat de Belastingtelefoon wederom een onvoldoende scoorde, Kamervragen. Hij vroeg toelichting waardoor de Belastingtelefoon volgens het onderzoek alleen maar slechter is gaan functioneren, waarom er geen verbetering is en waardoor er verschil zit in het onderzoek van de Consumentenbond en het onderzoek uitgevoerd door Onderzoeksbureau IPSOS. Over het jaar 2015 werd volgens IPSOS 89% van de vragen naar behoren beantwoord.

 

Verschil in onderzoek

De staatssecretaris is het op verschillende punten niet eens met het onderzoek van de Consumentenbond. Zo legde hij in de Kamerbrief uit dat de wijze waarop de onderzoeken hebben plaatsgevonden geheel verschilde. Zo schrijft hij: ‘De Belastingdienst laat door een externe partij onderzoek doen naar de kwaliteit van de complexe fiscaal- en toeslageninhoudelijke vragen. Sinds 1 januari 2014 doet IPSOS – daarvoor was dat TNS/NIPO – onderzoek naar de kwaliteit van de beantwoording van die vragen. IPSOS voert iedere twee weken een serie zogenaamde mystery calls uit (in 2015 waren dat er 17.000). De vragen die door IPSOS gesteld worden zijn een afspiegeling van de inhoudelijke vragen die burgers stellen. (…) Het onderzoek van de Consumentenbond richt zich op completere en meer casusspecifieke informatie dan waarvoor de Belastingtelefoon bedoeld of geschikt is. De vragen die de Consumentenbond heeft gesteld zijn dermate specialistisch en vatbaar voor verschillende wetsinterpretatie dat dit eerder zaken zijn voor een belastingadviseur.’

 

Belastingtelefoon is voor informatie

Volgens Wiebes zijn de vragen van de Consumentenbond niet representatief voor de vragen die binnenkomen bij de Belastingtelefoon: ‘Het totale belaanbod bij de Belastingtelefoon bestaat voor circa 90% uit status- en procesvragen over belasting- en toeslagenaangelegenheden. Ongeveer 10% van het totale aanbod bestaat uit fiscaal- en toeslageninhoudelijk vragen. De vragen zoals de Consumentenbond die stelt vormen van die 10% maar weer een beperkt deel. Bedacht moet worden dat de Belastingtelefoon informatie geeft en geen casusspecifiek advies.’


Reactie Belastingdienst op conclusie advocaat-generaal Niessen

De Belastingdienst heeft al een massaalbezwaarprocedure lopen bij de Hoge Raad over de vraag of de Belastingdienst uit mag gaan van een forfaitair rendement van 4% op spaartegoeden. Ze reageert daarmee op de vele publiciteit die de conclusie van advocaat-generaal Niessen heeft gekregen.

Massaalbezwaarprocedure loopt al

De massaalbezwaarprocedure bij de Hoge Raad liep al, maar door het advies van advocaat-generaal Niessen, ligt het forfaitair rendement van 4% over spaartegoedn weer onder een extra vergrootglas. Daarom meldt de Belastingdienst als reactie daarop, dat mensen geen bezwaar hoeven te maken tegen aanslagen van inkomstenbelasting over box 3 spaartegoeden, als dat het enige is waarmee ze het niet eens zijn.

Strijd met artikel 1

Advocaat-generaal Niessen heeft op 16 februari zijn conclusie over een procedure waarin het gaat om de vraag of er sprake is van strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (eigendomsrecht) en de fundamentele vrijheden naar de Hoge Raad gestuurd. Deze conclusie kreeg veel publiciteit.

In strijd met eigendomsrecht

De advocaat-generaal is van mening dat de forfaitaire vermogensrendementsheffing willekeurig kan uitwerken en in strijd kan komen met het eigendomsrecht. Hij adviseert de Hoge Raad om de zaak te verwijzen naar een gerechtshof. Het hof zal moeten onderzoeken of in dit specifieke geval de vermogensrendementsheffing buitensporig is. De Hoge Raad is niet verplicht de mening van de advocaat-generaal te volgen, maar kan daar wel rekening mee houden bij het nemen van zijn beslissing.


Handreiking beoordelingskader DBA gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de ‘Handreiking beoordelingskader overeenkomsten arbeidsrelaties’ (Handreiking DBA) gepubliceerd. Hierin staan de kaders die de Belastingdienst gebruikt van voorgelegde overeenkomsten: moet de opdrachtgever op grond van deze overeenkomst wel of geen loonheffingen inhouden.

Toezegging

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft de publicatie van dit beoordelingskader toegezegd tijdens de parlementaire behandeling van de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. De Belastingdienst en UWV hebben in het verleden een gezamenlijk besluit ‘Beleidsregels beoordeling dienstbetrekking’ uitgebracht. Dat besluit is in heroverweging.

Bronnen