Handhaving DBA uitgesteld tot januari 2018

Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen tot 1 januari 2018 geen boete of naheffing als zij niet werken volgens de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties. In de tussenliggende periode gaat het kabinet onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden.

Het kabinet gaat onderzoeken of het arbeidsrecht herijkt moet worden om beter aan te sluiten op de huidige werkpraktijk. Het kabinet wil daar haast mee maken en hoopt voor een volgend regeerakkoord met resultaten te komen.

Mogelijkheden verkennen
Het ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid staat ervoor open om met verschillende sectoren te praten over de aanpassingen die mogelijk zijn in de Wet werk en zekerheid via cao’s of ministeriële regelingen.

Informeren en coachen
De Belastingdienst blijft ondertussen opdrachtnemers en opdrachtgevers informeren over de wet DBA en de nieuwe werkwijze. De Belastingdienst gaat waar nodig een coachende rol vervullen op de werkvloer. Zo helpt de Belastingdienst opdrachtgevers en opdrachtnemers om duidelijk te krijgen wat wel en niet kan.

Handhaving opgeschort
De Belastingdienst handhaaft niet tot 1 januari 2018. Zzp’ers en opdrachtgevers krijgen in die periode dus geen boetes of naheffingen, behalve evidente kwaadwillenden.


Pensioen in eigen beheer: wat gaat u doen?

DGA’s krijgen de mogelijkheid om hun pensioenregeling in eigen beheer af te kopen, met een korting van 34,5% op de belastinggrondslag in 2017, 25% in 2018 en 19,5% in 2019. DGA’s die niet willen of kunnen afkopen kunnen gebruik maken van een spaarvariant of het pensioen in eigen beheer premievrij voortzetten. Met Prinsjesdag kunnen we het wetsvoorstel tegemoet zien waarin een en ander geregeld wordt.

De DGA kan de in eigen beheer gehouden pensioenrechten fiscaal geruisloos afstempelen tot op de fiscale waardering. Vervolgens kan het pensioen voor die waarde worden afgekocht. Daarbij krijgt de DGA een korting op de belastingrondslag (van 34,5% in 2017, 25% in 2018 en 19,5% in 2019): de BV moet bij afkoop loonheffing inhouden over het belastbare gedeelte van de afkoopsom. Revisierente is niet verschuldigd.
DGA’s die hun pensioen in eigen beheer niet kunnen of willen afkopen, kunnen kiezen voor de spaarvariant bij uitfasering. Zij kunnen hun pensioenrechten fiscaal geruisloos afstempelen tot de fiscale waarde en die lagere pensioenrechten omzetten in een oudedagverplichting. Na de omzetting kan geen verdere pensioenopbouw in eigen beheer plaatsvinden.

Wat gaat u doen DGA? De korting van 34,5% pakken? Dat is aantrekkelijk, maar de belastingheffing van 52% over de resterende 65,5% van de fiscale waarde van het pensioen in eigen beheer vergt wel een flink liquiditeitsoffer. Is dat geld beschikbaar, of moet u maatregelen nemen om dat tijdig vrij te maken? En wat gaat u doen met het geld dat u netto in privé van uw BV krijgt terzake van de afkoop? In box 3 stoppen, op een spaarrekening tegen minder dan 0,5% rente? Of het nettobedrag weer terug de BV in storten, als werkkapitaal of om te beleggen? Als DGA moet u zich terdege voorbereiden op al deze vragen.

En als uw gescheiden bent, en de verevende pensioenrechten van uw ex ‘bevroren’ in uw BV zitten, moet u ook zijn/haar toestemming hebben voor de uitfasering. En dat kan wel eens lastig worden. Die moet u binnenkort alvast maar eens gaan bellen….

De kwestie op de lange baan schuiven kost veel geld: de korting gaat in 2018 omlaag, van 34,5% naar 25%, en in 2019 is het nog maar 19,5%. Of wordt het ‘dan maar’ een keus voor de OSEB, de spaarvariant in eigen beheer? Ga met ons na wat voor u de beste optie is, in uw situatie gelet op uw gezinssituatie, leeftijd, de liquiditeitspositie van de BV en nog veel meer.


ANPR: ondeugdelijk bewijs privégebruik auto

Hebt u een geschil met de Belastingdienst over de bijtelling privégebruik auto? Verwerpt de inspecteur uw kilometeradministratie omdat uw auto op tijden en plaatsen is geflitst die niet overeenkomen met uw rittenadministratie?

Let op: het is nog maar de vraag of de inspecteur die gegevens wel mag gebruiken bij de beoordeling van uw rittenadministratie. De Hoge Raad moet daar binnenkort over beslissen. De advocaat-generaal, de adviseur bij ons hoogste rechtscollege, vindt dat de cameragegevens die met ANPR (Automatic Number Plate Recognition) zijn vergaard, niet als bewijsmiddel gebruikt mogen worden. De ANPR-aanpak is een systematische wijze van gegevensverwerking en dat is een inbreuk op de privacy.


ZZP-er: kostenaftrek voor werkruimte in huurwoning

De Hoge Raad heeft beslist dat een ondernemer die 10% of meer van zijn huurwoning voor zijn onderneming gebruikt, het huurrecht van die woning – binnen de grenzen van de redelijkheid – tot het ondernemingsvermogen kan rekenen. Bij die keuze kan de ondernemer de gehele huur van de woning als bedrijfskosten opvoeren, voor het privégebruik van de woning moet hij een forfaitaire onttrekking in aanmerking nemen. Per saldo resteert een forse kostenaftrek. Hof Arnhem heeft deze aftrekpost eerder toegestaan, Hof Den Haag wees die af. Die Haagse zaak is nu door de Hoge Raad beslist, met een positieve uitkomst. 

Leen Kleingeld werkte als zelfstandige in de bouw. Hij verrichte voorbereidende en ondersteunende werkzaamheden thuis, in een werkkamer in zijn huurwoning. Leen betaalde voor zijn huurwoning in 2010 € 8.935 aan huur en kosten voor gas, elektra en water. Hij claimde aftrek van de volledige huur van zijn woning, voor het privégebruik van de woning voerde hij een bijtelling van € 2.700 op. Hij stelde dat hij het huurrecht van zijn woning tot zijn ondernemingsvermogen had gerekend – het huurrecht was dienstbaar aan zijn onderneming, de woning werd voor meer dan 10% voor zijn onderneming gebruikt – en hij claimde de kostenaftrek zoals die door Hof Arnhem was toegestaan.

Hof Den Haag accepteerde die kostenpost niet. De werkruimte was geen kwalificerende werkruimte in de zin van de belastingwet en daardoor werd niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor een kostenaftrek. Het Hof besliste dat het huurrecht geen bedrijfsmiddel was: het recht was niet overdraagbaar, en tegenover het huurrecht stond de periodiek te betalen huur zodat het recht geen waarde in het economisch verkeer had.
In cassatie besliste de Hoge Raad anders.
Ons hoogste rechtscollege besliste dat een huurrecht een vermogensrecht is, een goed in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Dit heeft tot gevolg dat een huurrecht – dat ook voor de bedrijfsuitoefening gebruikt wordt – tot het ondernemingsvermogen kan worden gerekend. Bij deze vermogensetikettering kan het gehele bedrag van de huur van de woning op de bedrijfswinst in aftrek worden gebracht. Voor het privégebruik van de woning moet een forfaitaire bijtelling van 1,85% van de WOZ-waarde van het privé gedeelte van de woning worden toegepast. De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie gegrond.

Alleen vanaf de start

Helaas is er wel een ‘maar’: je mag de huur en overige woonlasten alleen aftrekken als je dit al deed bij het starten van je onderneming of als je met een bestaand bedrijf naar een nieuw huurhuis verhuist. Als je al jaren ondernemer bent en pas nat het lezen van dit stukje de huur wilt aftrekken, kan dat niet.


Kleineondernemersregeling wordt niet afgeschaft

Staatssecretaris van Financiën, Eric Wiebes, is niet van plan de kleineondernemersregeling af te schaffen. Wel wordt onderzocht of de huidige regeling vereenvoudigd kan worden. Dat schrijft hij als antwoord aan de vaste commissie van Financiën naar aanleiding van een brief over vakantiewoningen en de BTW.

Voorstellen van de briefschrijver

Met de brief reageert de staatssecretaris op een brief over vakantiewoningen en de BTW. De briefschrijver stelt dat het onwenselijk is dat de Staat met de BTW de aanschaf van vakantiewoningen subsidieert en doet een aantal voorstellen. Zo stelt de briefschrijver voor om de kleine ondernemersregeling in de BTW af te schaffen en om de verkoop van vakantiewoningen als beleggingsobjecten boven € 100.000 onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) te brengen.

Kleineondernemersregeling in BTW

Staatssecretaris Wiebes geeft in zijn brief aan dat de kleineondernemersregeling in de BTW niet wordt afgeschaft. ‘Administratieve verplichtingen die voortvloeien uit de BTW drukken relatief zwaar op kleine ondernemers. Om die reden verleent de zogenaamde kleine ondernemersregeling een vermindering van belasting aan kleine ondernemers.’ Wel zegt Wiebes toe om de huidige regeling te vereenvoudigen.


Wiebes: geen signalen afhakende opdrachtgevers na invoering DBA

Naar aanleiding van het bericht in de Telegraaf dat opdrachtgevers afhaken door de afschaffing van de VAR, vroeg Tweede Kamerlid Steven van Weyenberg (D66) reactie van staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën. Wiebes geeft aan dat daar geen cijfers van bekend zijn bij hem.

Opdrachtgevers bevreesd

In het bericht van de Telegraaf van 15 juni jl. staat dat Stichting ZZP Nederland in twee weken tijd vijftig meldingen had ontvangen van grote opdrachtgevers die niet langer met zzp’ers willen werken vanwege de afschaffing van de VAR. Ook uit een evaluatie van de eerste twee maanden van de nieuwe Wet deregulering arbeidsrelaties van uitzendorganisatie Randstad blijkt dat opdrachtgevers huiveriger zijn. Eerder meldde Randstad al dat 88% van de zzp’ers vreesde minder werk te krijgen door de nieuwe regels. Wiebes reageert in een Kamerbrief op het bericht van de Telegraaf dat deze opdrachtgevers er wellicht nog steeds van uit gaan dat de Wet DBA wijziging brengt in de wettelijke kwalificatie van een arbeidsrelatie. Wat volgens Wiebes niet het geval is. Daarnaast geeft hij aan dat opdrachtgevers niet bevreesd hoeven te zijn voor deze wet.

Geen grens

Verder geeft Wiebes in zijn Kamerbrief aan dat hij geen cijfers heeft waaruit kan worden afgeleid dat de inzet van zzp’ers als gevolg van de inwerkingtreding van de Wet DBA zou verschuiven naar payrolling. ‘De Wet DBA noopt ook niet om over te stappen naar payrolling. De grens tussen ondernemerschap en dienstverband verandert immers niet. Alles wat ten tijde van de VAR mocht, mag onder de Wet DBA ook. Alles wat onder de Wet DBA niet kan, kon onder de VAR ook al niet.’ Randstad deelt die mening niet en denkt dat de nieuwe wet ervoor zorgt dat er minder zzp’ers zullen overblijven. ‘De toetsingscriteria zijn strenger geworden en een deel zal daar niet aan kunnen voldoen. Ook heerst er nog een hoop onzekerheid waardoor bedrijven afwachtend zijn of de keuze maken om geen zzp’ers in te huren’, zegt zzp-programmadirecteur Arco Elsman van Randstad.

Stand van zaken

Van Weyenberg vroeg de staatssecretaris om een overzicht van het aantal verzoeken tot goedkeuring van modelovereenkomsten. Medio juni zijn er ongeveer 2400 overeenkomsten behandeld. Hiervan zijn er door betrokken partijen rond de 800 verzoeken ingetrokken, zitten circa 650 in de eindfase van behandeling en is in ruim 200 gevallen de voorgelegde overeenkomst ‘goedgekeurd’. Daarentegen kon in 750 gevallen door de Belastingdienst geen zekerheid vooraf worden verleend dat de voorgelegde overeenkomst altijd tot werken buiten dienstbetrekking zal leiden.

Toezicht

Van Weyenberg vroeg zich af hoe er toezicht wordt gehouden of er volgens de modelovereenkomsten wordt gewerkt. ‘Het toezicht op de voorgelegde en beoordeelde overeenkomsten zal onderdeel gaan uitmaken van het reguliere toezicht op de loonheffingen dat de Belastingdienst uitvoert. (…) Op de Belastingdienst rust de bewijslast dat er niet conform de modelovereenkomst wordt gewerkt.’ Volgens Randstad voldoet de gemiddelde zzp’er die nu nog met een VAR-verklaring werkt in 95% van de gevallen niet aan de nieuwe regels. Zij kunnen niet voor hun opdrachtgever blijven werken. Zo hebben ze hun administratie niet op orde en zijn ze bijvoorbeeld niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.

Tweewekelijks bevraagd

Tot slot merkt Wiebes op dat hij bijna tweewekelijks wordt bevraagd door de Kamer over de DBA. Hij concludeert hieruit dat er nog veel onduidelijkheid is over de elementen van de DBA. Hij zegt daarom toe om na het zomerreces een inzicht te sturen hetgeen door de Belastingdienst met de partners in verschillende sectoren is bereikt, maar ook tegen welke knelpunten en onmogelijkheden de Belastingdienst bij zijn beoordeling aanloopt.


Boete voor zwartsparen vanaf 1 juli 2016 verdubbeld

Vanaf 1 juli gaat de boete voor zwartsparen bij vrijwillig melden omhoog van 60% naar 120%. Bij niet melden geldt een boete van 300%.

Verzwegen vermogen is voor de Belastingdienst een belangrijk aandachtspunt. Veruit de meeste belastingplichtigen geven hun vermogen correct op. Een kleine groep doet dit niet of niet volledig, waardoor de Belastingdienst jaarlijks inkomsten misloopt. De Belastingdienst ziet er daarom op toe dat iedereen zijn vermogen correct en volledig aangeeft.

Vóór 1 juli nog 60% boete
Hebt u buitenlands vermogen dat nog niet is aangegeven? Dan kunt u contact opnemen met de Belastingdienst voor het vrijwillig verbeteren van de aangifte. Hoe langer u wacht met het melden van onbekend buitenlands vermogen bij de Belastingdienst, hoe hoger de boete. Wie zich vóór 1 juli 2016 meldt, voorkomt nog de verhoging van de boete van 60% naar 120% over de te betalen belasting.

Intensieve samenwerking
De kans dat de Belastingdienst buitenlands vermogen op het spoor komt, wordt steeds groter. Overheden werken onderling steeds intensiever samen om onbekend vermogen in beeld te krijgen. Nederland krijgt gevraagd en ongevraagd informatie aangeleverd van buitenlandse overheden.

Maximale boete
Door data te koppelen en gegevens uit te wisselen, is de Belastingdienst steeds beter in staat om belastingplichtigen die niet (volledig) aangifte doen, in beeld te krijgen. Als de Belastingdienst niet opgegeven vermogen ontdekt, riskeert men de maximale boete en mogelijk strafrechtelijke vervolging.


In 2016 belastinginhouding op vakantiegeld anders

Een werkgever of uitkeringsinstantie moet vanaf 2016 op een andere manier belasting inhouden op bijzondere beloningen, zoals vakantiegeld, een bonus of een 13e maand. Hierdoor houdt een werknemer een ander bedrag over dan hij gewend was.

Vanaf 2016 kan een werkgever of uitkeringsinstantie alleen nog de tabel bijzondere beloningen gebruiken. Ook houdt de tabel bijzondere beloningen er nog meer rekening mee dat de arbeidskorting inkomensafhankelijk is.

Doordat de loonheffing over vakantiegeld en andere bijzondere beloningen is veranderd, betaalt de belastingplichtige een ander bedrag aan belasting dan hij gewend was.

· Is het jaarinkomen ongeveer € 18.000? Dan betaalt de belastingplichtige minder belasting en krijgt meer vakantiegeld uitbetaald.
· Is uw jaarinkomen hoger dan € 18.000? Dan betaalt de belastingplichtige meer belasting en krijgt dan minder vakantiegeld uitbetaald.

Verschil loonbelasting en inkomstenbelasting
Ook is er nu minder verschil tussen de loonheffing die een werkgever inhoudt en de inkomstenbelasting die de belastingplichtige zelf moet betalen. Zo wordt de kans kleiner dat er bij de aanslag inkomstenbelasting over 2016 moet worden bijbetaald of dat de belastingplichtige grote bedragen terugkrijgt.


Raad van State: maximaal 5 jaar om toeslagen terug te vorderen

De termijn waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen een voorschot in het nadeel van de aanvrager kan herzien of waarbinnen hij de definitieve toeslag lager kan vaststellen, vervalt 5 jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar. Dit blijkt uit zes uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Toeslagen nadelig herzien

Het gaat om zaken waarbij de Belastingdienst/Toeslagen voorschotten voor kinderopvangtoeslag in het nadeel van de aanvragers heeft herzien of de toeslag lager definitief heeft vastgesteld. Hierdoor moesten zij bedragen variërend van € 500 tot € 16.000 terugbetalen. Volgens de 6 particulieren was de Belastingdienst daartoe niet meer bevoegd vanwege de termijn die inmiddels was verstreken. Zij wezen er daarbij op dat zij, na 5 jaar, ook niet meer beschikken over betalingsbewijzen.

Tot maximaal 5 jaar

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat deze bepaling doorkruist zou worden als de Belastingdienst/Toeslagen ook na die termijn nog bevoegd was om een voorschot te herzien of een toeslag definitief vast te stellen op een lager bedrag dan het voorschot. Bovendien is het niet redelijk ‘om van een aanvrager te verlangen de gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn voor een controle door de Belastingdienst/Toeslagen of ze aanspraak maken op een toeslag tot in lengte van jaren te bewaren’. Dat is ook niet in lijn te brengen met de gedachte achter de verjarings- en vervaltermijnen van 5 jaar in het burgerlijk recht. Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen maximaal 5 jaar de tijd heeft om voorschotten in het nadeel van de aanvrager te herzien of definitieve toeslag lager vast te stellen en de te veel verstrekte kinderopvangtoeslag vervolgens terug te vorderen.


Klantenavond Wet DBA 13-6-2016

U I T N O D I G I N G

INFORMATIEAVOND

 

Van VAR naar DBA : Dat Behoeft Aandacht !

 

Bij dezen nodigen wij u van harte uit voor onze informatieavond

Maandag  13 juni 2016

Zaal Merkus

Dorpsstraat 12 te Oosterhout

Aanvang 20:00 uur

 

Op 1 mei 2016 is de wet DBA Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties in werking getreden, en is de VAR vervallen. De wet DBA heeft nogal wat impact voor zowel  opdrachtgevers als opdrachtnemers. De hamvraag is bij welke afspraken wel of geen inhoudingsplicht bestaat voor de loonheffingen en sociale premies.

In de plaats van de VAR komen voorbeeldovereenkomsten die vooraf zekerheid moeten geven over het ontbreken van deze inhoudingsplicht.

De belastingdienst heeft een aantal voorbeeldovereenkomsten gepubliceerd. Indien opdrachtgever en opdrachtnemer een dergelijke overeenkomst sluiten, stelt de belastingdienst dat de opdrachtgever er zeker van kan zijn dat geen sprake is van een dienstbetrekking en dat hij dan geen loonheffingen behoeft in te houden en af te dragen. Bepalend is dan wel dat ook conform die overeenkomst wordt gewerkt.

Dat is op zichzelf makkelijker gezegd dan gedaan.

Tijdens onze informatieavond willen wij u op een begrijpelijke en ontspannen manier nader informeren over de wet DBA, waarbij we een aantal voorbeeld overeenkomsten zullen bespreken en toelichten, uiteraard geënt op de praktijk.

De periode 1 mei 2016 tot en met 1 mei 2017 geldt als implementatiefase. De belastingdienst zal dan terughoudend zijn met het nemen van handhavingsmaatregelen. Het is zeer aan te raden in deze periode de lopende opdrachten/overeenkomsten te evalueren en maatregelen te treffen die nodig zijn om te voldoen aan de regelgeving DBA

Het informatieve gedeelte van de avond sluit circa 22:00 uur. Daarna is voorzien in een informeel samenzijn met een drankje en een hapje. Aan deelname zijn geen kosten verbonden. Brengt u dus gerust uw partner, collega of andere geïnteresseerden mee.

Wij stellen uw komst zeer op prijs. Het is voor ons prettig om te weten of u aanwezig zult zijn en met hoeveel personen u komt. Dit kunt u telefonisch doen maar het liefst nog per mail naar anja@janssen-cs.nl. Bij voorbaat dank.