Wet DBA: de belangrijkste vragen en antwoorden op een rij

Op 2 februari 2016 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Met deze wet verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016. Er bestaat behoefte aan toelichting over deze nieuwe wet. De Belastingdienst zet de belangrijkste vragen en antwoorden voor u op een rij.

Op 2 februari 2016 ging de Eerste Kamer akkoord met het wetsvoorstel Deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA). Met deze wet verdwijnt de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) per 1 mei 2016. Er bestaat behoefte aan toelichting over deze nieuwe wet. We zetten de belangrijkste vragen en antwoorden hieronder op een rij.

Krijgt de zzp’er in het nieuwe systeem minder duidelijkheid en zekerheid?
Eerder omgekeerd. Veel zzp’ers dachten dat de VAR een soort werkvergunning was, maar in werkelijkheid gaf de VAR alleen aan de opdrachtgever zekerheid. De VAR hield de zzp’er in het ongewisse of hij/zij wel echt buiten dienstverband werkte. De enige zekerheid voor de zzp’er was dat hij géén recht had op sociale zekerheid. Het nieuwe systeem biedt aan zowel opdrachtgever als zzp’er helderheid en zekerheid, mits ze volgens een modelovereenkomst werken. Dat is voor de zzp’er juist een verbetering.

Neemt de administratieve rompslomp voor zzp’ers toe?
Dit spookverhaal duikt steeds op. Het werken met modelovereenkomsten is juist eenvoudiger dan het werken met de VAR.

Een VAR moest elk jaar opnieuw worden aangevraagd en bij elke opdracht opnieuw worden opgestuurd. Veranderde het werk of de voorwaarden waaronder gewerkt werd dan moest er een nieuwe VAR worden aangevraagd. Wanneer gewerkt wordt met een modelovereenkomst is dit niet meer nodig. Met een modelovereenkomst kan de zzp’er direct aan de slag. De overeenkomst hoeft niet eerst aan de Belastingdienst voorgelegd te worden. De overeenkomst hoeft zelfs niet ondertekend te worden. Zolang de opdrachtgever en zzp’er maar met elkaar afspreken, bijvoorbeeld per e-mail of in de opdrachtbevestiging, volgens welke modelovereenkomst er gewerkt wordt.

Wordt het nu voor veel opdrachtnemers moeilijker om als zzp’er te werken?
Nee. De grens tussen ondernemerschap en dienstverband verandert niet. Alles wat nu mag, mag straks ook. Alles wat straks niet kan, kan nu ook al niet. Het wordt met de modelovereenkomsten wel veel duidelijker wat wel en niet kan.

Is het veiliger om tussenpersonen in te schakelen?
Nee, de modelovereenkomsten geven aan opdrachtgevers en opdrachtnemers direct duidelijkheid. Werken via een tussenpersoon geeft niet meer zekerheid. Bovendien, ook een tussenpersoon moet zich aan de wet houden en wordt door de Belastingdienst gecontroleerd.

Moet ik voor elke klus en voor allerlei verschillende klussen opnieuw een overeenkomst opstellen?
Nee. De modelovereenkomsten staan op Belastingdienst.nl. De algemene modelovereenkomsten zijn geschikt voor alle type opdrachten, ongeacht de branche of het beroep. Als u afspreekt volgens een bepaalde modelovereenkomst te werken, heeft u zekerheid. Welke overeenkomst u neemt, kiezen opdrachtgever en opdrachtnemer zelf.

Zet de DBA de positie en sociale zekerheid van zzp’ers onder druk?
Integendeel. De positie van zzp’ers wordt versterkt omdat ook zij bij de DBA zekerheid vooraf hebben. Daarnaast kan de zzp’er, als achteraf blijkt dat er toch sprake was van een dienstverband (schijnzelfstandigheid), met de DBA wél aanspraak maken op werknemersverzekeringen als bijvoorbeeld een WW uitkering. Onder de VAR wist de zzp’er zeker dat hij géén recht had op sociale zekerheid.

Daarnaast ligt aansprakelijkheid met de DBA juist niet meer alleen bij de zzp’er, maar zijn beide partijen verantwoordelijk voor de eigen afdrachten. Onder VAR was alleen de zzp’er aansprakelijk.

Legaliseert de DBA schijnzelfstandigheid?
Met de VAR kan de Belastingdienst niet handhaven op schijnzelfstandigheid. Als het bestaat, kan het niet worden aangepakt. In het nieuwe systeem kan de Belastingdienst wel handhaven. Dan wordt schijnzelfstandigheid niet gelegaliseerd, maar juist aangepakt.

Wat moet een zzp’er nu concreet doen?
Als overduidelijk is dat ze ondernemer zijn helemaal niets. Het werken met modelovereenkomsten is niet verplicht en is alleen bedoeld voor situaties waarin er twijfel bestaat over de aard van de arbeidsrelatie. Zekerheid vooraf? Ga naar een modelovereenkomst op Belastingdienst.nl.


Zelfstandig ondernemerschap blijft populair

Zelfstandig ondernemerschap blijft populair in Nederland. Vorig jaar waagden ruim 129.000 starters de sprong, 2% meer dan in 2014. Het economisch bureau van ING voorspelt een stabilisatie van het aantal mensen dat een bedrijf begint. De overgrote meerderheid is zzp’er.

Ontslagen werknemers
De stijging die vorig jaar werd gemeten is volgens de bank zowel door een aantrekkende economie, waardoor starters kansen zien in de markt, als door een hoge werkloosheid. Volgens de ING komt dat doordat het nog altijd moeilijk is om een nieuwe baan te vinden waardoor ontslagen werknemers eerder voor het zzp-schap kiezen.

Meer zzp’ers
Sinds 2008 kiezen jaarlijks meer dan 100.000 mensen voor het zelfstandig ondernemerschap. Dat komt onder meer door verbeterde toegang tot nieuwe technologieën en een grotere behoefte aan flexibiliteit en vrijheid. Vorig jaar nam het aantal zzp’ers in zowel de bouw als de industrie met 7% toe.


Drie miljoen mensen activeren Berichtenbox

Afgelopen weekend heeft de drie miljoenste gebruiker zijn Berichtenbox geactiveerd op MijnOverheid. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van de start van de campagne ‘Vaarwel blauwe envelop’ in november vorig jaar. Deze week start het tweede deel van de campagne, dit sluit aan bij de verzending van de aangiftebrief over 2015.

Aangifte IB zowel digitaal als per post
Komende weken ontvangt iedereen die belastingaangifte inkomstenbelasting over 2015 moet doen zijn aangiftebrief zowel via de reguliere post als in de Berichtenbox. De meeste mensen ontvangen bij de brief ook een folder met uitleg over het activeren van hun MijnOverheid-account met Berichtenbox. Hierdoor zullen ook de komende tijd steeds meer mensen hun account activeren en ervaren wat de Berichtenbox hen biedt.

Modernisering
Met de campagne ‘Vaarwel blauwe envelop’ zet de Belastingdienst verdere stappen in het moderniseren van de interactie met burgers. De Belastingdienst gaat geleidelijk aan alle post digitaal verzenden. Voordat een berichtenstroom volledig digitaal gaat, geldt in principe een periode van twee jaar waarin berichten zowel digitaal als per post worden verstuurd. De verwachting is dat het nog vijf tot zeven jaar duurt voor de blauwe envelop helemaal verdwenen is. In die periode blijft de Belastingdienst het overgangsproces van papier naar digitaal continu monitoren. Nieuwe stappen in de digitalisering worden gezet op basis van de ervaringen.

Samenwerking en ondersteuning
Om de modernisering van de interactie voor iedereen zo goed mogelijk te laten verlopen, werkt de Belastingdienst samen met vele maatschappelijke organisaties en dienstverleners. Zo krijgt de Belastingdienst steeds beter in beeld welke groepen extra aandacht behoeven, wat daarvoor nodig is en hoe daar invulling aan gegeven wordt, samen met andere partijen.


Een op vijf zzp’ers verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid

Van de 800.000 zzp’ers heeft ruim een vijfde een arbeidsongeschiktheidsverzekering. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek. Dit aandeel is gedaald van 23,4% in 2011 tot 21,9% in 2013. Hoe hoger het inkomen, hoe vaker er premie wordt betaald.

Vaker premie bij hoger inkomen
Zzp’ers betalen het vaakst arbeidsongeschiktheidspremie in de sectoren bouwnijverheid, ‘landbouw, bosbouw en visserij’ en financiële dienstverlening. In de sectoren ‘cultuur, recreatie en overige diensten’, ‘handel, vervoer en horeca’ en ‘verhuur van en handel in onroerend goed’ betalen relatief de minste zzp’ers deze premie. Daarnaast blijkt hoe hoger het inkomen uit het ondernemerschap, hoe vaker er premie betaald wordt voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov) en lijfrente.

Zelfstandigen met personeel beter verzekerd
Zelfstandigen met personeel (zmp’ers) verzekeren zich vaker tegen arbeidsongeschiktheid dan zzp’ers: in 2013 was bijna 35% van de zmp’ers verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid, ruim boven het aandeel verzekerde zzp’ers van bijna 22%. Verzekerde zzp’ers droegen 7,0% van hun bruto ondernemersinkomen af aan aov-premie en verzekerde zmp’ers 7,3%. Bij werknemers is dit 8,1% van het brutoloon.

Inkomensdruk betaalde lijfrentepremies relatief laag
In de periode 2011-2013 nam het aandeel zelfstandigen dat lijfrentepremie betaalt als pensioenvoorziening af. In 2013 betaalde bijna 12% van de zzp’ers lijfrentepremie. Met bijna 19% ligt het aandeel bij zelfstandigen met personeel hoger. Bij de premiebetalers was het beslag op het ondernemersinkomen respectievelijk 4,2 en 3,9%. Bij werknemers was het aandeel van de pensioenpremie in het bruto-inkomen 12,4%.

Pensioenvoorziening vooral in vermogen
Zelfstandigen betalen minder premie voor hun pensioenverzekering dan werknemers en doen dat ook minder vaak. Hier staat echter tegenover dat zelfstandigen via lijfrenten eenmalig grote bedragen kunnen inleggen op het moment dat de eigen onderneming wordt verkocht. Een belangrijk deel van hun pensioenvoorziening zit dus verborgen in het vermogen. Zo is begin 2014 het doorsnee vermogen van een zzp’er € 97.000. Voor zmp’ers ligt dit met € 172.000 een stuk hoger. Werknemers hebben beduidend minder vermogen: in doorsnee € 19.000.


Cao- en nettolonen stijgen voor meeste werknemers

De meeste Nederlanders krijgen dit jaar iets meer te besteden. Minimumloners krijgen er netto € 76 per maand bij, voor iemand met een modaal inkomen bedraagt het voordeel € 69 per maand. Dat stelde loonstrookverwerker ADP op basis van eigen berekeningen.

Bijna iedereen vooruit
Dankzij de belastingverlagingen van het kabinet gaan bijna alle Nederlandse werknemers erop vooruit. Minimumloners krijgen er netto € 76 per maand bij, voor iemand met een modaal inkomen (€ 2816) bedraagt het voordeel € 69 per maand. Wie anderhalf keer modaal verdient loopt het voordeel bijna helemaal mis. Zij krijgen er slechts € 6 per maand bij, omdat een heffingskortingsvoordeel voor hen niet speelt. Tweemaal modaal mag rekenen op € 52 extra per maand. Dit berekende loonstrookverwerker ADP. Zij verzorgen maandelijks de salarisstrook van 1,4 miljoen Nederlanders.

Ambtenaren profiteren het meest
De werknemers profiteren ervan dat heffingskortingen, belastingtarieven en de indeling van de belastingschijven gunstiger uitpakken. Vooral ambtenaren krijgen meer op hun rekening. Ambtenaren die drie keer modaal verdienen, gaan er met een positief verschil van € 111 per maand netto het meeste op vooruit.

Addertjes
Voor sommige mensen zit er wel een addertje onder het gras, waarschuwt ADP. Diverse huizenbezitters kunnen door veranderde regelgeving minder hypotheekrente aftrekken. Dit speelt vooral bij werknemers met een bruto maandsalaris tussen de € 4500 en 5150. Zij kunnen op jaarbasis honderden euro’s minder aftrekken.

Werkgeverslasten zijn hoger
De werkgeverslasten pakken dit jaar overigens hoger uit. Volgens ADP zijn bedrijven in het algemeen meer kwijt aan premies voor werknemersverzekeringen dan vorig jaar. Een aantal premies gaat omhoog, enkele bijdragen dalen. Per saldo betekent dat iets hogere kosten. Alleen in de bouwsector dalen de werkgeverslasten.

Cao-lonen stijgen ook
Ook de cao-lonen zijn gestegen. Sterker nog: sinds 2012 zijn de lonen niet meer zo hard gestegen als in 2015. Ze gingen afgelopen jaar met 1,4% omhoog, terwijl dit in 2014 nog 0,9% was. Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ook hierbij was de toename van lonen vooral bij de overheid sterk, namelijk 2,3%. De particuliere en gesubsidieerde sector (gezondheidszorg, sociale verzekeringen) moesten het met respectievelijk 1,3 en 1,1% doen.

Naar bedrijfstak was de cao-loonstijging het hoogst in het onderwijs en bij waterbedrijven & afvalbeheer: 2,6%. De geringste toename was volgens het CBS bij werknemers in de energievoorziening (0,8%) en de financiële dienstverlening (0,7%).

April opnieuw wijzigingen
Bij de berekeningen van ADP is uitgegaan van het loon in januari. Door het late akkoord in Den Haag over het belastingplan wijzigen de nettolonen per 1 april opnieuw. Dan valt het voordeel voor werknemers een paar euro’s lager uit dan in de eerste drie maanden van dit jaar. Een modaal salaris levert dan weer € 4 per maand in ten opzichte van het nettoloon in het eerste kwartaal. De meeste mensen gaan er in 2016 dus nog steeds op vooruit. Voor anderhalf keer modaal valt het voordeel van januari vanaf april wel weer helemaal weg.


De wijzigingen van het Belastingplan 2016

Ook het CDA stemde gisteren in met de wijzigingen van D66 in het Belastingplan. Daarmee werd een meerderheid in beide Kamers verzekerd. Staatssecretaris Wiebes zette de wijzigingen van het Belastingplan 2016 op een rijtje en stuurde de Tweede Kamer hierover een brief.

Arbeidskorting
Het kabinet gaat vanaf 2017 de arbeidskorting trager afbouwen. Werkenden met inkomens van circa € 35.000 tot € 125.000 ondervinden hierdoor lagere lasten. Hiermee is structureel een bedrag van € 224 miljoen gemoeid.

Ouderenkorting
Vanaf 2017 is structureel € 100 miljoen extra beschikbaar voor de ouderenkorting. Dit komt bovenop de intensivering van de ouderenkorting, eveneens met € 100 miljoen. Met beide intensiveringen wordt een belangrijk deel van de eenmalige koopkrachtreparatie in 2016 structureel gemaakt.

Box 3
In 2016 wordt het heffingvrije vermogen voor box 3 met € 3000 verhoogd, bovenop de gebruikelijke inflatiecorrectie. Hiermee wordt de kleine spaarder al in 2016 ontzien. Na indexatie komt het heffingvrije vermogen op € 24.437. Hiermee wordt in 2016 al grotendeels aangesloten bij de voorgenomen wijziging van box 3 in 2017, waarin het heffingvrije vermogen wordt gebracht op € 25.000. Hierdoor zullen in 2016 al 215.000 extra belastingplichtigen geen belasting meer betalen in box 3.

Dekking
De maatregelen en wijzigingen op het wetsvoorstel worden budgettair gedekt door het tarief in de tweede en de derde schijf van de loon- en inkomstenbelasting in 2016 met 0,2%-punt en in 2017 met 0,3%-punt minder te verlagen ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel. Met ingang van 1 januari 2016 komt het tarief van de tweede en derde schijf daarmee uit op 40,4%.

Kinderopvangtoeslag
Daarnaast intensiveert het kabinet de kinderopvangtoeslag per 2017 structureel met € 100 miljoen extra. Dit komt bovenop de intensiveringen in het vijfmiljardpakket.

Verruiming gemeentelijk belastinggebied
Tot slot komt het kabinet voor de zomer van 2016 met een voorontwerp van een wetsvoorstel dat als basis kan dienen voor een wetsvoorstel om vanaf 2019 een verschuiving te realiseren van de inkomstenbelasting naar het gemeentelijk belastinggebied van € 4 miljard. Kernpunten van het voorstel zijn de verruiming van het gemeentelijk belastinggebied en een gelijktijdige verlaging van de inkomstenbelasting met € 4 miljard, zoals geadviseerd door de Commissie Rinnooy Kan. Dit wordt op een zodanige wijze vorm gegeven dat deze maximaal koopkrachtneutraal uitpakt voor burgers, de inkomensverdeling zoveel mogelijk intact laat en tegelijkertijd leidt tot minimaal 15.000 tot 20.000 extra banen. Randvoorwaarden bij deze schuif tussen inkomstenbelasting en gemeentelijke belastingen zijn voor het kabinet dat gemeenten geen inkomenspolitiek gaan bedrijven, dat voorkomen wordt dat lasten eenzijdig afgewenteld worden op specifieke groepen, dat het stelsel goed uitvoerbaar is en de totale lastendruk (Rijk plus lokale overheden) gelijk blijft. Ook de wijze van heffen wordt hierbij betrokken. Onderdeel van het ontwerp kan zijn dat een aantal kleine gemeentelijke belastingen wordt afgeschaft.


Modelovereenkomst vervangt VAR in 2016

De VAR gaat binnenkort verdwijnen, waarschijnlijk per 1 april 2016. Opdrachtgevers en opdrachtnemers gaan in de plaats daarvan met door de Belastingdienst goedgekeurde overeenkomsten werken. Dit geeft opdrachtgevers en opdrachtnemers vooraf zekerheid over het wel of niet inhouden van loonheffingen.

Modelovereenkomsten
De Belastingdienst heeft samen met VNO-NCW/MKB een aantal modelovereenkomsten opgesteld, welke te vinden zijn op haar website. Het gaat om modellen voor tussenkomstsituaties, voor situaties waarin de opdrachtnemer niet verplicht is arbeid persoonlijk te verrichten en voor situaties waarin werkgeversgezag ontbreekt. Belangenorganisaties, intermediairs en opdrachtgevers kunnen ook een eigen overeenkomst aan de Belastingdienst voorleggen. De beoordeling van deze overeenkomsten door de Belastingdienst geldt voor een periode van vijf jaar, tenzij de wet- of regelgeving wijzigt.

Welke zekerheid biedt het?
Geen. Ook al is een (model)overeenkomst goedgekeurd door de Belastingdienst, de feitelijke situatie is bindend voor het handhaven van de overeenkomst. Wanneer opdrachtgevers en opdrachtnemers werken volgens de (model)overeenkomst, dan hoeft de opdrachtgever geen loonheffing in te houden en te betalen. De opdrachtnemer is dan niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen (WW, ZW en WIA) en krijgt dus geen uitkering als hij werkloos, ziek of arbeidsongeschikt raakt.

De beoordeling van de overeenkomsten zegt niets over het ondernemerschap van de opdrachtgever. Pas wanneer de Belastingdienst de aangifte inkomstenbelasting van de opdrachtnemer heeft beoordeeld, wordt bepaald of zij de inkomsten ziet als winst uit onderneming of als resultaat uit overige werkzaamheden.

Periode om te wennen
De staatssecretaris van Financiën heeft toegezegd dat de overeenkomsten die voor 1 februari 2016 aan de Belastingdienst zijn voorgelegd, voor 1 april 2016 zijn beoordeeld. Bovendien geldt 2016 als een jaar om te wennen. In deze periode hebben opdrachtgevers en opdrachtnemers de gelegenheid om hun werkwijze aan te passen. Kortom, in 2016 houdt de Belastingdienst wel toezicht, maar gaat zij niet handhaven.


Fiscaal slim plannen met de werkkostenregeling

Binnen de werkkostenregeling (WKR) kunt u vergoedingen en verstrekkingen aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de vrije ruimte. Aangewezen vergoedingen en verstrekkingen zijn niet belast tot 1,2% van de totale fiscale loonsom. Daarboven vindt belastingheffing plaats tegen een eindheffingstarief van 80%. Zo tegen het einde van het jaar kunt u aardig inschatten of u met uw vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte van 1,2% blijft. Bij een dreigende overschrijding kunt u nu nog maatregelen nemen. Wij zetten een aantal mogelijke maatregelen voor u op een rijtje.

Schuiven met vrije ruimte
Het is niet mogelijk om over de jaargrens heen te schuiven met uw vrije ruimte. U kunt dus helaas niet een overschot aan vrije ruimte uit 2014 doorschuiven naar 2015 of een deel van de vrije ruimte 2016 alvast gebruiken in 2015.

Slim plannen
Wat wel mogelijk is, is het slim plannen van bepaalde vergoedingen of verstrekkingen. Zo kunt u bijvoorbeeld bij dreigende overschrijding van de vrije ruimte in plaats van een kerstpakket besluiten om een nieuwjaarsgeschenk te geven.

Nieuwjaarsborrel
Of de kerstborrel buiten de deur vervangen door een nieuwjaarsborrel buiten de deur. En het bedrijfsfeestje is misschien begin 2016 net zo gezellig als eind 2015. Omdat deze verstrekkingen dan in 2016 plaatsvinden, komen ze ook ten laste van de vrije ruimte in 2016.

Let op! Bedenk daarbij wel dat dit alleen zin heeft als u ook in 2016 niet met dezelfde dreigende overschrijding van de vrije ruimte te maken krijgt.

Kerstborrel in uw bedrijfspand
Daarnaast kunt u bepaalde vergoedingen of verstrekkingen wellicht anders inrichten. De kerstborrel buiten de deur is met wat aankleding misschien wel net zo gezellig in uw bedrijfspand. En het scheelt u straks misschien wel 80% belastingheffing. Buiten de deur komt de kerstborrel bij aanwijzing immers ten laste van de vrije ruimte, terwijl de borrel binnenshuis op nihil is gewaardeerd.

Let op! Gaat de borrel binnenshuis gepaard met een maaltijd, dan komt voor de maaltijd wel het forfaitaire bedrag van € 3,20 per werknemer ten laste van de vrije ruimte. Dit is echter altijd beduidend minder dan de werkelijke waarde van een maaltijd buiten de deur die anders ten laste van uw vrije ruimte was gekomen.

Factuur of betaling in 2016

Een bedrijfsfeest dat plaatsvindt in 2015 komt bij aanwijzing altijd ten laste van de vrije ruimte in 2015. Ook als u de factuur pas in 2016 ontvangt en/of de factuur pas in 2016 betaalt. Het heeft dus geen zin om de factuur later te ontvangen of later te betalen.

Worden echter pas in 2016 door uw werknemer bonnen gedeclareerd die betrekking hadden op 2015, dan komen deze wel ten laste van de vrije ruimte in 2016 omdat de vergoeding pas in 2016 plaatsvindt.


Wacht met schenken voor de eigen woning

Wilt u uw zoon, dochter of iemand anders een bedrag schenken voor de eigen woning, wacht dan nog even. De Eerste Kamer moet nog instemmen, maar de plannen zijn er al. Vanaf 2017 kunt u gebruikmaken van de verhoogde en verruimde vrijstelling voor een eenmalige schenking voor de eigen woning. De vrijstelling wordt dan structureel verhoogd van € 53.016 (bedrag 2016) naar € 100.000.

Tip: Het wordt ook mogelijk om de schenkingsvrijstelling te gebruiken voor een schenking die u spreidt over drie achtereenvolgende jaren. Gebruikt de ontvanger van de schenking deze bijvoorbeeld voor aflossing van de eigenwoningschuld, dan kan spreiding van de schenking mogelijk de boeterente (deels) voorkomen.

De beperking dat de schenking moet zijn gedaan van een ouder aan een kind komt te vervallen, waardoor er ook buiten de gezinssituatie gebruik kan worden gemaakt van de vrijstelling. Wel blijft de beperking van kracht dat de begunstigde tussen 18 en 40 jaar moet zijn.

Let op! De verhoogde schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is eenmalig. De verkrijger kan hier eenmaal per schenker gebruik van maken. Heeft u als schenker ten aanzien van dezelfde verkrijger in 2010 tot en met  2014 al gebruikgemaakt van de toenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling, dan is dit vanaf 2017 niet meer mogelijk. Schenkt u aan uw zoon of dochter in 2015 of 2016 eenmalig een bedrag voor de eigen woning (maximaal € 52.752 respectievelijk € 53.016), dan mag u dit bedrag in 2017 of 2018 nog aanvullen tot € 100.000.

Tip: Degene die de schenking ontvangt, moet deze gebruiken voor de eigen woning. Het gaat om de verwerving of verbouwing van een eigen woning, de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming met betrekking tot die woning en de aflossing van de eigenwoningschuld of de restschuld na verkoop van de eigen woning.


Check uw voorlopige aanslag 2016

Heeft u een voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor 2016 ontvangen van de Belastingdienst? Mogelijk bevat deze aanslag dan verkeerde teksten. Zo ja, dan ontvangt u binnenkort van de Belastingdienst een excuusbrief met extra informatie. Check in ieder geval de geschatte gegevens en bedragen.

De Belastingdienst meldt dat er per abuis verkeerde teksten op de voorlopige aanslag 2016 terecht zijn gekomen. Zo staat er mogelijk dat uw partner in 2016 de AOW-leeftijd bereikt, terwijl dat helemaal niet het geval is. Of dat u bent gescheiden in 2015, terwijl u in werkelijkheid gewoon getrouwd bent. U kunt deze teksten negeren. Er volgt geen nieuwe voorlopige aanslag 2016, zo meldt de Belastingdienst, omdat het bedrag op de aanslag wel correct is.

Mocht op uw voorlopige aanslag een verkeerde tekst staan, dan ontvangt u binnenkort van de Belastingdienst een excuusbrief met meer informatie. Check in ieder geval de geschatte gegevens op de voorlopige aanslag inkomstenbelasting voor 2016. Kloppen de bedragen niet, neem dan contact met ons op.

Wat verandert er in 2016?
Op 1 januari 2016 gaan nieuwe belastingregels in. Hierdoor kan uw inkomen hoger of lager worden. Dan is het misschien verstandig om een voorlopige aanslag aan te vragen, te wijzigen of stop te zetten.

Veranderingen voor 2016 die in het Belastingplan 2016 zijn voorgesteld, zijn al verwerkt in de voorlopige aanslag 2016 die u hebt ontvangen of binnenkort ontvangt. Deze veranderingen zijn nog afhankelijk van goedkeuring door de Eerste Kamer. Behandeling van het Belastingplan in de Eerste Kamer vindt half december plaats. Later die maand leest u of dit gevolgen heeft voor uw voorlopige aanslag.