Beantwoording Kamervragen over ‘bizarre nieuwe wereld van zzp’er’

Staatssecretaris Wiebes van Financiën informeert de Tweede Kamer over de beantwoording van Kamervragen over DBA en zzp’ers. Het Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt van CDA had Wiebes twintig vragen gesteld over de nieuwe wereld van de zzp’er.

Naleven van modelcontracten

In antwoord op de vraag hoe precies een zzp’er zich moet houden aan de modelcontracten, reageert Wiebes als volgt: In de algemene modelovereenkomsten en de branchemodellen in het kader van de Wet DBA zijn de relevante bepalingen geel gemarkeerd. Bij het naleven van de overeenkomst gaat het erom dat overeenkomstig die bepalingen wordt gewerkt. Een kleine incidentele afwijking van een fiscaal relevante bepaling zal niet meteen tot het vervallen van de zekerheid omtrent de loonheffingen leiden, mits de opdrachtgever of opdrachtnemer kan aantonen dat er sprake is van een incident. Er is bijvoorbeeld sprake van een kleine incidentele afwijking als de opdrachtnemer een stuk gereedschap thuis laat liggen en die dag een stuk gereedschap van zijn opdrachtgever gebruikt. Net zoals op andere deelterreinen van de fiscaliteit beoordeelt de Belastingdienst de situatie naar redelijkheid en zonder zinloze scherpslijperij. De stelling dat een zzp’er zich ‘heel precies moet houden aan de modelcontracten’ behoeft dan ook ruime nuancering, aldus Wiebes.

Dienstbetrekking of niet

De staatssecretaris gaat ook in op de vraag over welke factoren een aanwijzing kunnen vormen voor het bestaan van een dienstbetrekking. Wiebes geeft aan dat die factoren in onderlinge samenhang worden beoordeeld. ‘Pas nadat alle relevante factoren in onderlinge samenhang zijn bekeken, kan de conclusie worden getrokken of er sprake is van een dienstbetrekking of niet. Sommige factoren wijzen eerder naar de aanwezigheid van een dienstbetrekking dan andere’, aldus Wiebes.

Factoren dienstbetrekking

Staatssecretaris Wiebes somt de volgende factoren op die een aanwijzing kunnen vormen voor het bestaan van een dienstbetrekking:

  • Deelname aan de pensioenvoorziening en aan de arbeidsongeschiktheidsverzekering van de opdrachtgever zijn factoren die sterk wijzen in de richting van een dienstbetrekking.
  • Deelname aan vergaderingen bij de opdrachtgever (met werknemers van de opdrachtgever) kan een aanwijzing zijn dat de opdrachtnemer feitelijk binnen het organisatorische kader van het bedrijf van de opdrachtgever werkzaam is en kan daarmee een aanwijzing vormen richting dienstbetrekking. Dit is echter afhankelijk van de aard van de vergadering: deelname aan een afdelingsoverleg met een algemeen karakter wijst uiteraard eerder in de richting van een dienstbetrekking dan deelname aan een overleg dat specifiek gaat over de opdracht van de zzp’er.
  • Het verstrekken of vergoeden van een opleiding of cursus aan de opdrachtnemer vormt een sterke aanwijzing richting dienstbetrekking.
  • Het ter beschikking stellen van bedrijfskleding door de opdrachtgever kan een aanwijzing vormen voor het bestaan van een dienstbetrekking.
  • Het ter beschikking stellen van veiligheidsmiddelen (mondkapjes, gehoorbescherming, etc.) door de opdrachtgever hoeft geen aanwijzing te zijn voor het bestaan van een dienstbetrekking.
  • Het ter beschikking stellen van een kantoorwerkplek (bureau, bureaustoel, computer, printer) zal doorgaans geen aanwijzing zijn voor het bestaan van een dienstbetrekking.
Terug naar het nieuwsoverzicht