Raad van State: maximaal 5 jaar om toeslagen terug te vorderen

De termijn waarbinnen de Belastingdienst/Toeslagen een voorschot in het nadeel van de aanvrager kan herzien of waarbinnen hij de definitieve toeslag lager kan vaststellen, vervalt 5 jaar na de laatste dag van het berekeningsjaar. Dit blijkt uit zes uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Toeslagen nadelig herzien

Het gaat om zaken waarbij de Belastingdienst/Toeslagen voorschotten voor kinderopvangtoeslag in het nadeel van de aanvragers heeft herzien of de toeslag lager definitief heeft vastgesteld. Hierdoor moesten zij bedragen variërend van € 500 tot € 16.000 terugbetalen. Volgens de 6 particulieren was de Belastingdienst daartoe niet meer bevoegd vanwege de termijn die inmiddels was verstreken. Zij wezen er daarbij op dat zij, na 5 jaar, ook niet meer beschikken over betalingsbewijzen.

Tot maximaal 5 jaar

De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat deze bepaling doorkruist zou worden als de Belastingdienst/Toeslagen ook na die termijn nog bevoegd was om een voorschot te herzien of een toeslag definitief vast te stellen op een lager bedrag dan het voorschot. Bovendien is het niet redelijk ‘om van een aanvrager te verlangen de gegevens en bescheiden die noodzakelijk zijn voor een controle door de Belastingdienst/Toeslagen of ze aanspraak maken op een toeslag tot in lengte van jaren te bewaren’. Dat is ook niet in lijn te brengen met de gedachte achter de verjarings- en vervaltermijnen van 5 jaar in het burgerlijk recht. Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak geoordeeld dat de Belastingdienst/Toeslagen maximaal 5 jaar de tijd heeft om voorschotten in het nadeel van de aanvrager te herzien of definitieve toeslag lager vast te stellen en de te veel verstrekte kinderopvangtoeslag vervolgens terug te vorderen.

Terug naar het nieuwsoverzicht